Puin

Maxim Kröjer, Vlaams auteur Paul Collet

Regie : Ferdi Vandendael

zaterdag 26 februari 1972
t.g.v. Vondeljuweel A.K.V.T.

GUNTHER LAUBE Guy Vandenbril
zijn vrouw - TRUDE Marie-Josée Scheers
zijn oudste zoon - HORST Jos Geens
zijn jongste zoon - SIEGFRIED Koen D'Haen
juffrouw STOBACH Marie-Louise Scheers
HANNELORE Els Kuypers
MARTIN BORK Jef Stoffels
Toneelmeester Staf Verbist
Technische ploeg Albert Coninx
Guy Vandenbril
Roger Plompen
Fr. Teunkens
Louis Oudermans
Flor Van Hoof

De Schalmei zal het Vondeljuweel afsluiten op 25 maart met "De sigaret"

Korte inhoud:

Ergens in een Westduitse stad wordt het naoorlogse generatieconflict in een concrete, volkomen aannemelijke situatie door Maxim Kröjer met sterke dramatische spanningen opgeroepen.

Ex-Majoor Gunther Laube is een vermaard architect. Het tijdens de tweede wereldoorlog opgestapelde puin bleek uiteindelijk voor het "wirtschafts-wunderliche" Duitsland de ideale bodem om een grootscheepse opbouw-politiek te verwezenlijken. Laube draagt er het zijne toe bij. Hij verwerft aanzien als urbanist maar wordt, als mens, door zijn jongste zoon Siegfried niet geaccepteerd. Laube verwijt zijn contesterende telg, die zich in de nieuwe welvaartmaatschappij niet wenst te integreren, dat hij toch maar profiteert van een wereld die, mede door de bezieling van zijn eigen vader, uit het voormalige puin werd opgetoverd. Siegfried, van zijn kant, verwijt zijn vader dat er zonder diens vroegere wereld nooit puin zou geweest zijn. Begrippen als eer en heldenmoed worden door de jonge man als inhoudloos verworpen. Hij heeft zelfs weerzin voor de heroische naam Siegfried die hem bij zijn geboorte werd meegegeven.

Op een dag ervaart Gunther Laube dat de mens door zijn daden wordt achtervolgd. Er rinkelen ten huize Laube geheimzinnige telefoontjes. De allengs groeiende onrust culmineert tenslotte in het opdagen van Martin Bork, een bejaarde arbeider, die tijdens de oorlog oppasser is geweest van Majoor Laube. Na heel wat moeite slaagt Bork erin het huis Laube binnen te dringen. Architect Loube is echter uitgegaan en het is de jonge Siegfried die Bork te woord staat. Uit hun gesprek blijk dat Bork zijn kennis betreffende het onfraaie oorlogsverleden van Laube te gelde wil maken.

Wanneer Bork dreigt Siegfrieds moeder in te lichten over een onnoembare

ploertenstreek van haar man aarzelt Siegfried niet de gewezen oppasser van zijn vader onschadelijk te maken. Het gebeurde drijft Gunther tot een soort waarheidsdrang : hij wil zijn vrouw zelf op de hoogte brengen. Ten einde dat te verhinderen brengt Siegfried het hoogste offer : op zijn beurt pleegt hij een tragische chantage om zijn vader te doen zwijgen. Maxim Kröjer situeerde dit spel over een generatieconflict in het land waar de ommekeer van puin tot welvaart zich het snelst voltrok en waar de door hem behandelde situatie het meest aanvaardbaar is. Naar het voorbeeld van de Oudgriekse treurspeldichters werd door de schrijver - mogelijk onbewust - de drievoudige eenheid (tijd, plaats, handeling) in acht genomen. Daaraan dankt wellicht dit werk van de 70-jarige auteur zijn dramatische gebaldheid, die overigens ook door de afgewogen structuur en de vlotte dialoog in aanzienlijke mate wordt gediend.

Paul Hardy.

Maxim Kröjer

Het Vondeljuweel

Historiek van het Vondeljuweel

Reactie uit “De Gazet van Antwerpen”

“Schalmei” speelde “PUIN” te Westmalle

In het kader van de betwisting van het Vondeljuweel AKVT bracht de toneelkring “De Schalmei” in regie van Ferdi Vandendael, de creatie van “Puin””, geschreven door de Vlaamse auteur Maxim Kröjer, pseudoniem voor de 70-jarige Antwerpenaar Paul Collet.

Als men weet welke inspanning de inrichters zich hebben getroost om deze opvoering te propageren in een zeer ruime kring, dan had de belangstelling wel een tikje groter mogen zijn.

De aanwezigen hebben niettemin kunnen genieten van een zeer degelijke opvoering van een stuk met een na-oorlogse inhoud, maar dat in zijn geheel zware eisen stelt aan liefhebberstoneel. Het generatieconflict tussen vader Laube, nu vermaard architect, een ex-majoor van het Duitse leger (G. Van den Bril), en Siegfried, de jongste nozem-zoon (Koen D’Hein) hield op vele momenten de aandacht van het publiek gaande. Siegfried maakte wel het meest indruk. Het ritme waarin gespeeld werd, evenals het verloop van de “stille” momenten mogen gezet op het krediet van de regie. Het derde bedrijf met zijn sterke en goed geacteerde dialogen zorgde voor de climax.

Aan deze opvoering was bijzondere zorg besteed. Het decor was zeer mooi. De ontwerpers hadden de grootte van de toneelruimte knap weten te benutten

(Jos Oudermans)